Amália Rodrigues, koningin van de fado

O que interessa é sentir o fado.

Porque o fado não se canta, acontece.

O fado sente-se, não se compreende, nem se explica.”

Amália Rodrigues

Meer dan tweehonderd artikelen schreven we al over Portugal, maar nog nooit kwam één van Portugals grootste helden aan bod. Fadozangeres en actrice Amália Rodrigues is een legende. Een vrouw die Portugal op de kaart zette in heel de wereld. Die van Tokio, naar Parijs en van Moskou naar New York reisde om de Portugese fado ten gehore te brengen. Natuurlijk mag ze hier niet ontbreken.

Amália da Piedade Rodrigues wordt op 1 juli 1920 geboren in Lissabon. Haar ouders zijn afkomstig uit de Beira Baixa en proberen hun armoedige bestaan te verbeteren in de Portugese hoofdstad. Dit blijkt echter niet te lukken, want als Amália nog maar 14 maanden oud is verhuizen haar ouders terug naar Fundão. Amália blijft achter bij haar grootouders. Ze zingt liedjes voor haar opa en de buren, terwijl ze in de straten kennismaakt met fado.

Als ze veertien jaar oud is keren haar ouders terug naar Lissabon en gaat ze bij hen wonen. Ze voelt zich echter niet op haar gemak in het onbekende gezin, waar ze met haar moeder en zus fruit moet verkopen in de haven. Haar stem valt op in de straten van Lissabon en in 1936 wordt ze gevraagd om te zingen tijdens de marches populares van de feesten van Santo António.

Na haar publieke optreden van 1936 krijgt Amália haar eerste uitnodiging om te zingen bij één van de bekende fadohuizen van de stad, “O Retiro da Severa” in de Bairro Alto. Haar familie is er echter op tegen, dus Amália accepteert het aanbod niet. Pas drie jaar later, in 1939, treedt ze er toch op. Het is een enorm succes en haar naam gonst door de straten van Lissabon.

In een tijdsbestek van enkele maanden groeit Amália uit van onbekende naam tot hoofdact in de grootste fadohuizen. Haar optredens zijn mateloos populair en altijd uitverkocht. In 1940 wordt ze gevraagd te zingen in het Teatro Maria Vitória. In deze theaterwereld ontmoet ze Frederico Valério, die vele fados voor haar zal componeren. Albums opnemen doet ze in deze tijd nog niet, want haar manager vreest dat mensen haar dan niet meer komen opzoeken in de fadohuizen.

In 1943 zingt ze voor het eerst in het buitenland. Op uitnodiging van de ambassadeur zingt ze in Madrid, waar ze ontdekt dat ook ze ook graag flamenco en ander Spaans repertoire zingt. En jaar later is ze de ster in het Casino van Copacabana, waar ze maandenlang volle zalen trekt. Het is hier, in Brazilië, dat ze haar eerste album opneemt.

In 1947 begint een ander deel van de carrière van Amália: ze maakt haar entree als actrice in de film “Capas Negras”. Maar liefst 22 weken is de film te zien in de bioscopen, hiermee het grootste succes van de Portugese film ooit. Er zullen nog vele films hierna volgen.

Vanaf hier wordt het succes alleen maar groter. Ze zingt in het befaamde Olympia in Parijs, het Teatro Argentina in Rome, in het Lincoln Center in New York en neemt een groot aantal singles en EP’s op. Ze introduceert ook een nieuw aspect in de fado, namelijk het zingen van teksten die gebaseerd zijn op poëzie van de grote dichters, zoals Camões en Bocage. Ze ontmoet Alain Oulman, de componist die tot het einde van zijn leven muziek voor haar muziek zal blijven schrijven.

Terwijl Amália al zingend en acterend de wereld over reist zijn er in Portugal grote veranderingen gaande. Haar vriend en componist Oulman wordt, vanwege zijn linkse sympathieën, opgepakt door de PIDE, de geheime politie. Ze doet er alles aan om hem vrij te krijgen. Terwijl Salazar sommige van haar fados had verboden, zijn er stemmen in het land die haar ervan beschuldigen te sympathiseren met het regime. Amália, die (zo blijkt jaren later) stiekem geld doneert aan de communistische partij, heeft het moeilijk met deze beschuldigingen. Na de Anjerrevolutie van 1974 zingt ze het protestlied “Grândola Vila Morena”, waarmee ze de sympathie van de Portugezen terugwint.

In de jaren tachtig worstelt Amália, inmiddels in New York wonend, met een depressie. Ze heeft een tumor, die ze voor iedereen verbergt, waarvan ze overtuigd is dat het haar dood zal worden. Haar depressie leidt tot ideeën over zelfmoord, maar ze weet uiteindelijk haar depressie te verslaan. De twee albums die in deze periode uitkomen, volledig met haar eigen nummers, zijn “Gostava de Ser Quem Era” en “Lágrima”. Ze zijn een weerspiegeling van deze trieste periode in het leven van Amália.

In 1990 keert ze terug naar Lissabon, waar ze negen jaar later sterft op 79-jarige leeftijd. Er worden drie dagen van nationale rouw afgekondigd. Nu ligt ze begraven in het Panteão Nacional, tussen andere illustere Portugezen als de schrijver Almeida Garrett, de voetballer Eusébio en de president Teófilo Braga. Ze wordt gezien als één van de grootste ambassadeurs van de Portugese cultuur, taal en fado. Het repertoire dat ze achter heeft gelaten is enorm.

Meer zien, lezen en luisteren