Een autorit langs het Alqueva stuwmeer

Het is uitgestorven bij de Alqueva dam. Mijn auto de enige op de parkeerplaats. De enige beweging komt van de trillende, hete lucht en de zwaluwen boven mijn hoofd. Bewijs dat hier ooit wel eens andere mensen komen zijn de reclamefoldertjes van nabijgelegen restaurants, die onder een steen liggen te wachten tot voorbijkomende toeristen ze meenemen. De folders zijn in het Portugees, want andere toeristen komen hier niet. Heerlijk. Helemaal alleen on a clear day…

De Alqueva dam is een indrukwekkende dam in het oosten van de Alentejo, die sinds 2002 zorgt voor het vullen van het Alqueva stuwmeer, met het water uit de Guadiana rivier. Een gigantisch project van de Portugese regering, dat de kurkdroge Alentejo moet redden van de ondergang. Het stuwmeer telt 250 vierkante meter en heeft een oever van 1200 kilometer. Het uitzicht op het meer en de dromerige, witte dorpjes rondom maken dit stukje Portugal een uitstekende bestemming voor een dagtrip met de auto.

Alqueva stuwmeer

Ik start mijn route in Monsaraz, zonder twijfel één van de mooiste dorpen van Portugal. Ik parkeer de auto op een hogergelegen parkeerplaats, zodat ik eenvoudig het dorp in kan wandelen. Smalle straatjes van kasseien leiden mij langs witte, rechthoekige huisjes, felgekleurde bougainvillea en historische panden. Dit dorp ligt op 350 meter hoogte en dus word ik direct getrakteerd op een prachtig uitzicht over de Alentejo. Enerzijds het traditionele beeld van velden vol olijfbomen, kurkeiken en lichtbruine koeien. Anderzijds het felblauwe water van het Alqueva stuwmeer, onregelmatig vertakkend in het landschap.

Alqueva stuwmeer

Ik neem mijn tijd voor een rustig ontbijt naast het kasteel van Monsaraz. Ik verdiep me aldaar in de geschiedenis van dit dorp, maar daarover zal ik een andere keer meer vertellen. Nu eerst verder met de auto, over de brug die ik vanaf Monsaraz al in de verte zie liggen. Deze brug, onderdeel van de N256, brengt mij over het stuwmeer naar het volgende dorp, Mourão. Al dat water lijkt eigenaardig in dit hete en droge stuk van Portugal.

Mourão voelt een beetje als vergane glorie. Het kasteel, wat alle dorpen in deze regio hebben, ziet er slecht onderhouden uit. Misschien omdat de concurrentie van het zo vlakbij gelegen Monsaraz te groot is. Maar ook hier is het uitzicht prachtig en zijn de stille straten rustgevend. Opvallend in het dorp is de poort met de traditionele blauwe accenten.

Alqueva stuwmeer

Terug in de auto ga ik op weg naar Luz. Dit dorp lag dertien jaar geleden nog op een andere plek, maar daar stroomt nu water. Om plaats te maken voor het stuwmeer werd het volledige dorp verplaatst. Dat ging zelfs zover dat de doden werden opgegraven, om naar een nieuwe begraafplaats te verhuizen. Toch denk ik dat als je het niet weet, het je ook niet zal opvallen. Het dorp ademt een zelfde traditionele sfeer als de andere dorpen hier (hoewel de bewoners het hier niet zo snel mee eens zullen zijn).

Ruimte is er wel volop. Dat merk ik als ik naar het museum rijd, waar een eenzame kapel met groot kruis uitkijkt over de omgeving. Niemand te bekennen in deze hitte, maar in het museum is het koel. Het Museu da Luz biedt verschillende exposities, die prachtige beelden werpen op deze kant van de Alentejo. Exposities over de Guadiana rivier, de sterrenhemel, de verhuizing van het dorp Luz en nog veel meer. Daar moet je zeker een kijkje nemen tijdens deze route.

Alqueva stuwmeer

Na Luz rijd ik door naar Estrela, een dorp dat door het stuwmeer een soort schiereiland is geworden. Ik ben nog altijd op zoek naar een plek waar ik mijn voeten in het koele water van het stuwmeer kan steken en dat lukt mij hier. Het wordt nu meer dan duidelijk dat dit geen natuurlijk meer is, maar dat het gaat om onder water gelopen land. Je ziet de planten en stenige ondergrond onder het water verdwijnen en her en der stukjes land boven het water uitsteken. Dit maakt het water inlopen op mijn blote voeten toch een stuk minder aantrekkelijk. Verderop pakken enkele kinderen het handiger aan: zij gebruiken de goed verzorgde pier met trapje om in het water te komen.

Alqueva stuwmeer

De volgende stop is Moura. Dit is de grootste plaats op mijn route en het is er dan ook aanzienlijk levendiger. Na veel natuurschoon is het hier genieten van kerken, het kasteel, kapelletjes, veel fonteintjes en de fraaie tuin Jardim Dr. Santiago. Let ook op het fraaie Manuelijnse portaal van de Igreja de São João Baptista. Dit stadje zou je trouwens prima als overnachtingsplaats kunnen nemen om vervolgens als startpunt te nemen van deze route.

Na Moura is het dan eindelijk zover: ik kom aan bij de dam. De muur van de dam is 96 meter hoog en 458 meter breed. Ik zie beneden de Guadiana, die maar nietig lijkt en de elektriciteitscentrale, die bij moet dragen aan de (omstreden) voorspoed van de regio. Deze dam was een enorm prestigeproject van de Portugese overheid en werd voor een groot deel meegefinancierd door de EU. Al in de jaren vijftig was er sprake van een dergelijk project en uiteindelijk werd in 1990 begonnen met de bouw. De polemiek rond de dam is altijd groot geweest. Wat deed het met het milieu? Zouden de kleine boeren wel echt kunnen profiteren? Wat heeft Spanje, waar de Guadiana zijn oorsprong heeft, eraan? Er is niemand die ik het kan vragen, want het is hier uitgestorven.

Alqueva dam

In het dorpje Alqueva vraag ik een meisje waarom ik niemand tegenkom hier. Het seizoen is nog niet begonnen geeft ze aan. Hoog zomer komen kennelijk de Portugezen nog wel eens een kijkje nemen in deze regio. Buitenlanders? Nee, die ziet ze hier nauwelijks. Vreemd, hoe dit prachtige gebied geen buitenlanders trekt. Ze adviseert me naar Amieira Marina te rijden; daar heb je een geweldig terras aan het water. Ik doe wat ze zegt (als ik uiteindelijk de weg uit de hopeloos smalle straatjes van dit dorp heb gevonden) en hoewel er inderdaad een prima terras met zicht op het stuwmeer is, voelt het toch een beetje te pretentieus naar mijn smaak. Ik ontdek wel dat dit de plek is om een boottocht te maken of je te storten op de watersport. De volgende keer ga ik hier SUP doen. Het kalme kabbelen van het water lijkt me uitstekend om dit eens uit te proberen.

Hier neem ik afscheid van het water. Ik rijd nu via de N255 in één stuk door naar de laatste plaats op de route: Reguengoz de Monsaraz. Dit stadje met, natuurlijk, een kasteel en witte huizen met blauwe of gele randen kies ik om bij te komen van de vandaag opgedane indrukken. Reguengoz de Monsaraz is uitgeroepen tot Europese wijnstad 2015. De vele wijnranken die ik onderweg tegenkomen zijn hiervan het bewijs. Maar ik ga op zoek naar een gin-tonic. Gin-tonic? Ja! Sinds kort wordt in Reguengoz een Portugese gin gemaakt, Sharish. Die ga ik proeven bij Restaurante O Gato. En als ik er toch ben: dan ook maar een lekker Alentejaans maal nuttigen!

Alentejo