Het Convento de Cristo in Tomar

In het centrum van Portugal ligt in de kleine, historische stad Tomar een prachtig en mysterieus klooster, het Convento de Cristo. Dit is mijn favoriete monument van het land en dus is het de hoogste tijd dat ik er iets meer over vertel. Stap mee in de wereld van de Tempeliers!

Tomar is een heerlijk stadje op zo’n anderhalf uur rijden van Lissabon. Het is bekend vanwege het Festa dos Tabuleiros, maar is om veel meer redenen een bezoek waard. Later zal ik meer vertellen over de stad, maar vandaag kijken we naar het Convento de Cristo en het bijbehorende Castelo Templário. Dit monument is prachtig gelegen op de heuvel aan de rand van de stad, middenin het groene bos Mata dos Sete Montes.

Het Convento de Cristo is gebouwd door de Tempeliers, een kloosterorde die ontstond in de twaalfde eeuw, na de Eerste Kruistocht. Deze ridderorde ging de strijd aan met de moslims in Europa en het Beloofde Land. Ze vestigden zich in 1128 in Portugal, waar ze vochten tegen de Moren die delen van het land bezetten. De Orde van de Tempeliers groeide snel en werd steeds machtiger en rijker. Ze kregen een enorme politieke, militaire en economische invloed in Europa, zo ook in Portugal, waar de Portugese koningen ze kastelen gaven op strategische plaatsen.

Convento do Cristo

In 1159 beloonde Dom Afonso Henriques de Tempeliers met een stuk grond tussen Santarém en Coimbra. Onder leiding van Grootmeester Gualdim Pais besloten ze hier een gefortificeerd hoofdkwartier te bouwen, wat bestond uit een fort en de zogenaamde Charola, een tempel geïnspireerd op de Heilig Grafkerk in Jeruzalem. Dit is misschien wel het meest indrukwekkende deel van het huidige complex. De Charola is zestienzijdig, en daarmee vrijwel rond, en heeft in het midden een octagonaal hoogaltaar. Het verhaal gaat dat de Tempeliers hier te paard de mis bijwoonden, staand in de kring.

Onder invloed van de Franse koning Filips de Schone, werd de Orde van de Tempeliers in 1312 door de Katholieke Kerk verboden. De bezittingen moesten worden overgedragen aan een andere kloosterorde, de Johannieterorde. De Portugese koning Dinis I was echter niet van plan de Portugese bezittingen kwijt te raken. Hij liet de Tempeliers onder een andere naam voortbestaan in Portugal, de Ordem da Milícia de Jesus Cristo (kortweg Ordem de Cristo), en overtuigde de Paus toestemming te geven om de bezittingen aan deze zogenaamd nieuwe orde over te dragen.

Convento do Cristo

In de eeuwen die volgden werd het kasteel van de orde steeds opnieuw verbouwd. Dit maakt dat er nu een complexe verzameling van architectonische stijlen herkenbaar is, waaronder gotisch, barok, romaans, manuelijns en renaissancistisch. In de vijftiende eeuw werden in opdracht van Hendrik de Zeevaarder de kloostergangen toegevoegd tussen de Charola en het kasteel. Dit is de plek waar je tegenwoordig het complex binnenkomt. In het Claustro do Cemitério vind je de wandgraven van Baltazar de Faria, Pedro Alares Seco en Diogo da Gama (broer van Vasco da Gama). Het Claustro da Lavagem diende vroeger als wasplaats voor de geestelijken. Wat nu bloembedden zijn, waren vroeger de wasbakken. Beide kloostergangen zijn rijk gedecoreerd met azulejos.

Convento de Cristo

In de zestiende eeuw werden, geheel passend bij de tijd, de Manuelijnse decoraties toegevoegd aan de kerk en het klooster. Diogo de Arruda maakte het Manuelijnse hoogtepunt, namelijk de versiering van één van de ramen, het Janela da Sala do Capítulo. Het thema van de ontdekkingsreizen, kenmerkend voor de Manuelijnse kunst, is hier volop aanwezig in bijvoorbeeld de touwen, de knopen, het koraal en het zeewier. Hetzelfde geldt voor het rijk gedecoreerde hoofdportaal van de kerk van de hand van João de Castilho. Andere aanpassingen van de zestiende eeuw waren de toevoeging van de kruisgang Santa Barbara en de schilderijen, muurschilderingen, houtsnijwerk (bijvoorbeeld de profeten aan de binnenkant van het altaar) en houten panelen in de Charola.

De grootste veranderingen kwamen in de tijd van koning João III (1502-1557). Hij hervormde de orde van een ridderorde tot een gesloten kloosterorde, die naar de regels van de Heilige Benedictus leefde. Er waren vier nieuwe kruisgangen nodig en slaapzalen en keukens, die tussen 1531 en 1552 gebouwd werden. João III drukte daarmee een renaissancistisch stempel op het Convento de Cristo. Zijn toevoegingen kwamen hoofdzakelijk op naam van João de Castilho en diens opvolger Diogo de Torralva.

Convento de Cristo

Hoogtepunt is het twee verdiepingen tellende Claustro Prinicipal, met neoklassieke bogen, Ionische en Toscaanse zuilen en twee spiraalvormige wenteltrappen die naar het dakterras leiden. Hier vandaan heb je zicht op de nooit afgebouwde tweede kapittelzaal die João III in gedachten had. Op de onderste verdieping van deze kruisgang prijkt de imposante fontein met het tempelierskruis. De eerste verdieping geeft toegang tot de lange gang waaraan de slaapkamers van de monniken grenzen.

Andere kruisgangen die erbij kwamen zijn het Claustro da Micha (huist onder meer de bakkerij), het Claustro dos Corvos (waar je de keuken, de olijfolie opslag en de bibliotheek vindt), het Claustro das Necessárias (de badkamer van het klooster) en het Claustro da Hospedaria (waar gasten werden ondergebracht). De eetzaal, of refeitório, is de enige plek in het Convento waar voorwerpen in zijn geplaatst. Het zijn twee lange eettafels met daarboven verschillende kroonluchters, die er sinds het begin van de twintigste eeuw staan.

Convento de Cristo

Na João III volgden de werkzaamheden in opdracht van de Spaanse koningen Filips II en Filips III. Zij zorgden voor de voltooing of restauratie van reeds bestaande ruimtes en gaven opdracht voor de bouw van de nieuwe sacristie en het ingenieuze Aqueduto dos Pegões, een aquaduct met 180 bogen dat over een lengte van zes kilometer water kon verplaatsen van de rivier naar het klooster. Aan het einde van de zeventiende eeuw werd als laatste het ziekenhuis aan de noordzijde toegevoegd, compleet met apotheek en ziekenzaal.

Convento de Cristo

Na de afschaffing van de kloosterordes in 1834 werd het Convento de Cristo voor een deel gekocht door Costa Cabral, een politicus en de hertog -en later ook markies- van Tomar. De Costa Cabral familie maakte tussen 1843 en 1934 de laatste aanpassingen aan het klooster. Sinds de twintigste eeuw is het Convento de Cristo in handen van de staat. Sinds 1983  is het door de UNESCO toegevoegd op de lijst van werelderfgoed.

Zorg dat je voldoende tijd uittrekt om het Convento de Cristo te bezoeken. Een uurtje is echt niet voldoende! Alles wat ik hierboven noemde kan je bezichtigen en ondertussen moet je ook nog genieten van het uitzicht vanaf één van de terrassen. Het Convento de Cristo is dagelijks geopend vanaf 09.00 uur, behalve op Nieuwjaarsdag, eerste paasdag, 1 mei en 24 en 25 december. De toegang kost € 6,-, maar als je ook de kloosters van Batalha en Alcobaça bezoekt in dezelfde week betaal je voor alle drie samen slechts € 15,-. Er zijn kortingen mogelijk voor 65 plussers en jongeren.