De aardbeving van Lissabon

Het is zaterdagochtend. Het is nog vroeg. De inwoners van Lissabon worden wakker en maken zich klaar om naar de mis te gaan. Het is namelijk Allerheiligen. De hemel is strakblauw. Geen wolkje aan de lucht. Totdat om half tien de grond begint te trillen.

In 1755 is Lissabon één van de rijkste steden ter wereld. De koloniale inspanningen in Zuid-Amerika heeft de Portugese staat al jarenlang een fortuin opgeleverd, waarmee de prachtigste gebouwen worden gebouwd. De São Roque kerk bijvoorbeeld, het klooster van São Domingues, het koninklijk paleis op het Terreiro do Paço en het Paleis van de Inquisitie. Deze imposante gebouwen zijn gevuld met kunstschatten, dure meubelen, tapijten en Chinees keramiek.

De wereld lacht de tweehonderdzeventigduizend inwoners van Lissabon toe en niets doet op de ochtend van 1 november vermoeden dat al de pracht en praal in één dag zal worden weggevaagd. Het begint met een serie aan aardbevingen. De eerste, om half tien, terwijl de kerken vol zijn gelopen, richt weinig schade aan. Het is vooral een angstaanjagend geluid, dat minder dan een minuut de lisboetas verontrust. Er volgen echter nog twee bevingen, die wel daken, muren en soms zelfs hele gebouwen doen instorten. Vooral het centrum en het gebied ten westen hiervan worden getroffen.

Als de inwoners na de bevingen zoeken naar een veilige plek, vinden ze de stad gehuld in een grote stofwolk. En al snel wordt duidelijk dat er mensen zijn omgekomen bij het instorten van kerken. De rivier wordt door velen gezien als de beste vluchtroute, maar dat blijkt al snel een grote vergissing. Na de bevingen en het stof komt namelijk het water. Vanaf de Atlantische kust rond Cascais komen meters hoge golven de stad binnenrollen. De zo geliefde Taag smijt boten tegen elkaar en laat honderden vluchtenden verdrinken. De golven brengen ernstige schade toe aan de gebouwen rond het Terreiro do Paço en blijven het oversteken naar de veilige overkant onmogelijk maken tot het middaguur.

Helaas is het leed dan nog altijd niet geleden. Nu is het vuur dat de stad bedreigd. Op verschillende plekken zijn brandhaarden ontstaan. Hoe is onduidelijk. Sommige mensen zeggen dat de branden zijn aangestoken door mensen die willen plunderen tussen de puinhopen. Het vuur grijpt snel om zich heen, aangewakkerd door de sterke noordwestelijke wind. Het duurt maar liefst een week voordat de branden zijn gestopt, als er al een onnoemelijke schade door de vlammen is aangericht.

Meer dan de helft van de huizen in de stad zijn onbewoonbaar geworden. Minstens de helft van de kerken zijn beschadigd of volledig ingestort. Langs de rivier staat nog weinig overeind, zeker niet rond het Terreiro do Paço. Hoeveel doden er zijn is onduidelijk. Het zullen er zeker duizenden zijn, waarvan de meeste hun einde vonden in een kerk.

Te midden van alle ellende proberen vier vooraanstaande lisboetas de orde weer terug te brengen en de inwoners te motiveren hun stad opnieuw op te bouwen. Eén van hen is de staatssecretaris Carvalho e Melo, beter bekend als de latere Marquês de Pombal. Hij staat aan het hoofd van de organisatie om allereerst de lijken te bergen en vervolgens de levenden te voorzien van water en voedsel. Vervolgens is huisvesting aan de beurt: in zes maanden worden 9000 houten huizen neergezet om een deel van de daklozen onderdak te bieden.

De beslissingen die Pombal neemt na de aardbeving van 1755 zijn bepalend geweest voor het huidige straatbeeld in Lissabon. De rechtlijnige en platte indeling van het centrum is een bewuste keuze van Pombal geweest. Geen wonder dat we deze wijk dan ook de Baixa Pombalina noemen. Een ander markant onderdeel van de stad dat in deze tijd werd gecreëerd is het standbeeld van Dom José, gezeten op zijn paard Gentil,  op het Praça de Comercio. Misschien is het meest duidelijke teken van de aardbeving wel het Convento do Carmo, een klooster dat deels instortte en nooit werd herbouwd. De ruïnes zijn een nog altijd zichtbare herinnering aan die vreselijke dag meer dan 250 jaar geleden.

Lees je Portugees en wil je meer weten over deze dramatische gebeurtenis? Domingos Amaral schreef de roman “Quando Lisboa tremeu”, over het leven van vijf mensen gedurende de aardbeving en de dagen erna.