Gastblog: De voetbalstadions van het EK 2004

In 2016 vindt in Frankrijk voor de vijftiende keer het Europees Kampioenschap voetbal plaats. Het Portugese nationale elftal heeft zich, in tegenstelling tot Nederland, daarvoor gekwalificeerd. Ruim tien jaar geleden, om precies te zijn in 2004, werd het EK –voor het eerst- in Portugal gehouden. Om een dergelijk evenement te organiseren moesten nieuwe stadions gebouwd of gerenoveerd worden. Stadions waarvan we ons nu afvragen: wat gebeurde daar eigenlijk mee?

Tijdens het EK in Portugal speelden zestien landen hun 31 wedstrijden in tien stadions, verdeeld over acht steden. Van het noordelijke Braga tot Faro in het zuiden.  De 31 wedstrijden werden bezocht door in totaal ruim 1 miljoen toeschouwers.  De tien stadions die dit alles mogelijk maakten, werden voor de gelegenheid gerenoveerd of volledig nieuw gebouwd. Totale kosten: 665 miljoen euro. Totale capaciteit 376 duizend plaatsen.

De minimumeis van de internationale voetbalbond ten aanzien van de capaciteit lag op dertigduizend toeschouwers. Het lukte Portugal om bij acht van de tien stadions aan deze eis te voldoen (het Estádio do Bessa Século XXI in Porto en het Estádio Dr. Magalhães Pessoa in Leiria haalden de dertigduizend niet). Deze stadions kregen allemaal twee groepswedstrijden te ‘verwerken’ en daarmee was de koek op. Alleen het stadion Estádio Algarve, tussen Faro en Loulé, kreeg van de zogenaamde ‘kleintjes’ nog een wedstrijd extra, de kwartfinale tussen Zweden en Nederland (een wedstrijd die Nederland overigens pas na strafschoppen won). Het grootste stadion, het Estádio da Luz in Lissabon, was in 2004 de gastheer voor vijf wedstrijden, inclusief de finale. Dit voor het EK gebouwde stadion herbergt meer dan 65.000 toeschouwers.

Nu is het tien jaar later. En al de stadions staan er nog steeds. Maar wat er mee gedaan wordt verschilt van stadion tot stadion. Het gros van de stadions van het EK 2004 is nu de thuisbasis van een voetbalclub uit de hoogste Portugese divisie, de Primeira Liga, en dus worden ze gemiddeld om de veertien dagen gebruikt. Dit geldt voor zeven van de tien stadions. In het Estádio da Luz in Lissabon speelt bijvoorbeeld Benfica, dat naast de Primeira Liga ook vrijwel ieder seizoen Europees voetbal speelt. In 2014 vond in dit stadion de Champions League-finale plaats.

In het Estádio Municipal de Braga voetbalt vandaag de dag FC Braga. Dit stadion, dat speciaal gebouwd werd voor het EK, heeft als bijzonder kenmerk heeft dat het gebouwd is in een gebergte. Waarschijnlijk herinnert een aantal voetballiefhebbers zich nog wel dat achter één van de doelen geen tribune te zien was, maar een rotswand. FC Braga betaalt tegenwoordig slechts € 500,00 huur per maand voor het gebruik van het stadion, een bedrag waar menig Eredivisieclub ongetwijfeld jaloers op is.

De drie stadions waarin geen club uit de Primeira Liga club speelt, zijn die van Loulé, Leiria en Aveiro. In de Algarve delen de clubs van Faro en Loulé in principe het stadion, maar het komt er op neer dat ze vooral in hun eigen, kleinere stadions voetballen. Wel wordt het Estádio Algarve regelmatig gebruikt voor wedstrijden van de Portugese nationale selectie. En er is een opvallende ‘vaste’ bespeler. Het nationale elftal van Gibraltar pleegt hier zijn ‘thuiswedstrijden’ af te werken.

In Leiria staat het Estádio Dr. Magalhães Pessoa, destijds als klein stadion ook goed voor twee groepswedstrijden. De plaatselijke club, União Leiria speelde vroeger in de Primeira Liga, maar heeft sinds de degradatie in 2011/2012 geen grote rol meer in het Portugese voetbal. Financiële problemen, onder meer vanwege de hoge kosten van het dure stadion, speelden de club parten. Bij deze club was het dat de carrière van één van de meest spraakmakende Portugese coaches, Jose Mourinho, begon. In 2001-2002 behaalde hij met União Leiria de hoogste klassering uit de clubgeschiedenis, waarmee zijn naam definitief werd gevestigd. Via FC Porto begon hij een rondgang langs Europese topclubs en op dit moment is hij trainer van het Engelse Chelsea.

Het stadion van Aveiro is er het slechtst aan toe. Hier wordt zelfs gediscussieerd over sloop, want de onderhoudskosten zijn enorm. Dit stadion, speciaal ontworpen en gebouwd voor het EK, kostte 63 miljoen euro. Nu kost het jaarlijks nog 3,5 miljoen om het te onderhouden, oftewel 9400 euro per dag. Dit wordt betaald van belastinggeld, want de gemeente is eigenaar. Veel gevoetbald wordt er niet meer. Het nationale elftal speelde er vijf wedstrijden en ieder jaar wordt de finale van de Supertaça (de beker) hier gespeeld.

Veel van de stadions worden niet alleen voor voetbalwedstrijden gebruikt. Als Academica niet speelt, wordt het Estádio Cidade de Coimbra regelmatig gevuld met muzikale klanken. Het stadion werd in 2003 geopend met een concert van de Rolling Stones en in de jaren na het EK volgden bijvoorbeeld Madonna en U2. Hetzelfde zie je in het Estádio do Algarve, waar regelmatig concerten en festivals worden gehouden. Het Estádio da Luz werd onder andere gebruikt voor de ceremonie rond de verkiezing van de New 7 Wonders of the World.

Terug naar het EK van 2004. Hoe verging het eigenlijk gastland Portugal en ons eigen Nederland? Ons nationale team stond dat toernooi onder leiding van bondscoach Dick Advocaat, die in de wedstrijd tegen Tsjechië overigens een van de meest besproken wissels aller tijden doorvoerde. Bij de stond 2-0 in Nederlands voordeel wisselde hij de uitblinker tot dan toe, Arjen Robben. Uiteindelijk won Tsjechië de wedstrijd alsnog met 3-2 en waren de rapen gaar.

Niettemin ging Nederland door in het toernooi en vond zijn Waterloo pas in de halve finale in het Estádio José Alvalade –thuisbasis van Sporting Portugal-  in Lissabon, tegen uitgerekend gastland Portugal. In een turbulente en veel te harde wedstrijd verloor Nederland uiteindelijk met 2-1, waarbij overigens alle doelpunten door een Portugees werden gemaakt. De ‘Nederlandse’ treffer kwam namelijk van de voet van de Portugese verdediger Andrade. Eén van de Portugese treffers werd gemaakt door de toen negentien jarige Ronaldo!

Door deze winst kon Portugal zich opmaken voor de finale in eigen land tegen Griekenland. Een finale die het gastland jammerlijk met 1-0 verloor door een doelpunt van de naderhand ook in Nederland bekende Griek Charisteas (Ajax en Feyenoord). Een finale die uiteraard werd gespeeld in Lissabon. Voor 62.865 toeschouwers in het Estádio da Luz onder leiding van de Duitse scheidsrechter Markus Merk, die de dag erna gewoon weer aan het werk moest als ……..tandarts.

Wat feitjes tot slot. De best bezochte wedstrijd was de kwartfinale Portugal tegen Engeland in Lissabon met 65.000 toeschouwers en de slechts bezochte was de wedstrijd Italië-Bulgarije in Guimarães met 16.002. Topscorer van het toernooi werd de Tsjech Milan Baros met 5 doelpunten en –opvallend- de eerste wedstrijd van het toernooi was dezelfde als de laatste: Griekenland versus Portugal. En beide keren trok Griekenland aan het langste eind.

Dit gastblog werd geschreven door Koos de Groot.

Heb jij ook iets leuks en interessants te vertellen over Portugal? Stuur het naar saudadesportugal@gmail.com en wie weet vind je je verhaal hier binnenkort terug!