Pastéis de Chaves

Iedere stad heeft zo zijn eigen delicatessen. In het noordelijk gelegen Chaves zijn dat de Pastéis de Chaves. Dat zijn hartige bladerdeeghapjes die hun oorsprong hier vinden, maar tegenwoordig ook op andere plekken in het land te vinden zijn. De allerlekkerste eet je volgens veel Portugezen bij Pastelaria Maria, ook wel liefkozend Mariazinha genoemd. Je vindt het vlakbij het kasteel van Chaves. Of je maakt ze natuurlijk zelf, want je krijgt van ons het recept!

Ingrediënten

Vinha D’Alho marinade

rode wijn
2 laurierblaadjes
eventueel een beetje koriander
eetlepel olijfolie
6 teentjes knoflook
snufje zout & peper

Pasteitjes

1 kilo (kalfs)gehakt
2 pakjes bladerdeeg
50 gram chouriço
4 middelgrote uien
3 teentjes knoflook
1 grote tomaat (zonder schil)
1/2 bosje peterselie
2 eetlepels witte wijn
2 eetlepels olijfolie
zout & peper
een ei

Bereiding

Verwarm de oven voor op 220 graden.

Meng alle ingrediënten voor de marinade. Snijd hiervoor de tenen knoflook door de helft, zodat je ze er later makkelijk weer uit kan halen. Doe de marinade in een plastic zak en voeg hier het gehakt aan toe. Sluit de zak en laat het vlees twaalf uur marineren in de koelkast. Haal voor je gaat beginnen het gehakt uit de marinade.

We bereiden eerst het één en ander voor. Haal om te beginnen het bladerdeeg uit de vriezer. Leg het zo neer dat het kan ontdooien. Snipper de uien en pers de knoflook uit. Blancheer de tomaat (heel kort koken en ze dan in ijswater onderdompelen), zodat je hem makkelijk van het vel kunt ontdoen. Snijd hem vervolgens in kleine stukjes. Verdeel de chouriço in kleine stukjes en snijd de peterselie fijn.

Zet een pan op het vuur en bak de uien in wat olijfolie glazig, voeg dan de knoflook toe en bak nog even verder. Nu kunnen de fijngesneden peterselie, wat peper, de blokjes tomaat en de lepels wijn erbij. Dek af met een deksel en laat op laag vuur zo’n tien minuten pruttelen. Haal het deksel eraf en voeg de chouriço en het gehakt tooe. Roer alles goed door elkaar en dek opnieuw af. Laat het nu ongeveer twintig minuten garen. Roer af en toe door zodat het niet aan de bodem vast gaat zitten. Zit het wel vast voeg dan iets wijn toe om het los te roeren.

Snijd de hoekjes van de vierkantjes bladerdeeg af, of steek rondjes uit (zo groot mogelijk). Leg deze op een met bakpapier bedekte bakplaat. Ze gaan zo als halve maantjes dicht, dus schep een lepel vulling op een helft, net naast het midden. Herhaal dit tot al je deegflapjes een lepel vulling hebben. Vouw de lege helft over de gevulde helft heen en druk de rand aan met de palm van je hand of een rond voorwerp wat er goed overheen past. Vouw de randjes niet om, druk ze alleen goed aan. Bestrijk ze met wat losgeklopt ei.

Bak goudbruin in 20/25 minuten op 220 graden. Het is de bedoeling dat ze iets ‘open’ gaan staan, vandaar dat je de randjes niet omvouwt.

Bom apetite!