Roadtrip door Portugal

Veel mensen zien het verplaatsen van A naar B als een noodzakelijk reis-kwaad. Als het op wachten op luchthavens en hangen in vliegtuigen aankomt ben ik het daar zeer mee eens. Maar in je autootje door Portugal cruisen is van A tot B een heerlijke ervaring. Hier een aantal roadtrip tips op een rij.

Rondom Lissabon

Lissabon is prima voor een stedentrip zonder auto. Maar het is ook een uitstekende uitvalsbasis voor een rondje Portugal met de auto. Allereerst kom je makkelijker in de meer afgelegen wijken van de stad, die je zeker moet bezoeken, zoals Belém en het Parque das Nações. Daarnaast zijn er de fenomenale bruggen die de stad verbinden met het zuiden: Ponte 25 de abril (kippenvel als je hierover Lissabon binnen komt rijden) en Ponte Vasco da Gama (prachtig om Lissabon mee te verlaten). Je kunt ook naar het westen rijden. Er loopt een mooie kustweg langs de dorpen Cascais en Estoril. Onderweg eet je een gegrillde vis of lig je op het strand en stop je bij de Boca do inferno, een indrukwekkende rotspartij met woeste golven. Bij Cabo da Roca sta je op het meest westelijke punt van Europa. Vanuit hier kun je via de N247 terug het binnenland inrijden tot het sprookjesachtige Sintra. Hier is zo veel moois te zien, dat je het beste je tijd kunt nemen. Een dag is eigenlijk niet genoeg, maar met je auto kun je in ieder geval al de monumenten eenvoudig bereiken. Zorg wel dat je goed bent in de hellingproef!

Het zuiden

De Algarve is de meest toeristische streek van Portugal. Het ligt voor de hand hier op het strand te gaan liggen, maar om de mooiste strandjes te vinden is een auto helemaal niet onhandig. Het Praia da Falésia, Senhora da Rocha, Carvoeiro en Alvor liggen binnen je bereik. Wil je rustiger stranden of ligt je surfplank achterin? Tour dan naar de westkust, langs Carrapateira, Aljezur en Arrifana. Maar eigenlijk zou ik zeggen: trek naar de binnenlanden van de Alentejo. Authentiek Portugal, prachtige landschappen en slaperige dorpen waar je heerlijk kunt eten. Kijk ooievaars op de weg naar Beja (in de lente!), eet kaas in Serpa en klim naar de top van het kasteel in Reguengoz de Monsaraz.

Het noorden

In het noorden van Portugal is het zowel overdag als ’s avonds een genot om te rijden. Als je ’s avonds over de snelwegen raast, zie je op de heuvels handenvol lichtjes uitgestrooid in de duisternis. Overdag kom je de mooiste vergezichten tegen. Als je als uitvalsbasis Porto hebt, ben je natuurlijk verplicht over de slingerwegen langs de Douro te rijden (wagenziekte is hier bepaald geen voordeel). Het stuk van Peso da Régua naar Pinhão is adembenemend, maar is slechts aan één kant van de rivier te rijden (dus je moet wel op en neer). Terug naar Porto doe je er goed aan via Vila Real (en Mateus) en Amarante te rijden.

Algemeen

Heb je een huurauto? Houd dan rekening met de elektronische tolwegen. Je ziet hier een constructie boven de weg en waarschuwingsborden, maar je hoeft niet te stoppen. Hier wordt het kenteken elektronisch belast met tol. De kosten hiervoor dien je te betalen bij het postkantoor. Het kan echter een aantal dagen duren voordat het postkantoor de laatste gegevens heeft. Dus mocht je Portugal al hebben verlaten, terwijl er nog tolkosten open stonden, kan het zijn dat de verhuurmaatschappij deze kosten doorberekent via je credit card.

Benzine is overigens niet goedkoop in Portugal. In Spanje betaal je aanmerkelijk minder, dus mocht je daar in de buurt zijn: tank de auto even vol.

Tenslotte: zet een sfeervol muziekje op. Fado van Mariza, de lovesongs van João Pedro Pais of de vrolijke deuntjes van Deolinda.

Boa viagem!