Transhumance in Portugal

Ken je het begrip transhumance? Het betekent dat mensen zich verplaatsen, afhankelijk van de seizoenen. Vroeger had dat vooral met de veehouderij te maken, maar tegenwoordig wordt zelfs de skileraar die in de winter op de berg zit en in de zomer een ander onderkomen kiest geschaard onder dit begrip. In Portugal komen we de sporen van een prachtige, traditionele vorm van transhumance tegen. Leer meer over dit stuk bijzondere cultuur en traditie.

Transhumance vroeger

De Portugese transhumance kwam vroeger voor in verschillende bergachtige gebieden. Vooral in hoge gebergtes als de Serra do Gerês en de Serra da Estrela, maar ook in minder hoge gebieden als de Serra de Monchique in de Algarve. Er zijn twee soorten te onderscheiden. Enerzijds was er de transhumance om aan de winterkou in de bergen te ontsnappen, zoals in de Alto Minho in het noorden. De kou, ijs en sneeuw zorgden voor een gebrek aan voedsel voor de dieren. Anderzijds was er de verplaatsing om aan de hitte van de vlakte te ontsnappen in de zomer. Daardoor kwamen herders uit allerlei delen van Portugal en zelfs Spanje in de zomermaanden naar bijvoorbeeld de Serra da Estrela.

Op de meeste plekken waren het alleen de herder en zijn vee die door het land trokken. Zijn eventuele gezin woonde het hele jaar door op één plek in een lagergelegen gebied. In de Alto Minho kenden ze echter ook de gewoonte om het hele gezin te verplaatsen. Dit ging dan meestal om een verhuizing met een veel kleinere afstand. Alleen maar de berg af zogezegd, maar nog altijd binnen dezelfde regio.

Transhumance nu

De transhumance is bijna verdwenen uit Portugal. Er zijn veel minder herders en veel minder dieren. Dat maakt de noodzaak tot verplaatsing minder groot, omdat er meer te eten is per dier in één gebied. Bovendien zijn er alternatieve manieren om de dieren eten te geven, zonder ze te hoeven verplaatsen naar nieuwe weidegronden. Ook zijn de winters minder hevig dan vroeger.

Het betekent niet dat er helemaal geen beweging meer is. Zowel in de Alto Minho als in de Serra da Estrela zijn er nog een aantal herders die zich met hun vee verplaatsen. Maar de afstanden en de hoeveelheden zijn veel minder groot. Het zijn niet meer de honderden kilometers van vroeger.

In 2013 werd er een hele goeie poging ondernomen om de traditie van de transhumance te bewaren door de start van de “Grande Rota de Transumância”. Hierbij kon je als bezoeker meewandelen met de herders en hun vee langs de oude paden in de Serra da Estrela. Er lijkt echter nooit meer een vervolg op te zijn gekomen, hoewel de website nog wel altijd bestaat.

transhumance

Brandas en invernieiras

In en rond het Parque Nacional de Peneda-Gerês kom je de beste sporen van de transhumance tegen. Hier zie je plaatsnaambordjes die beginnen met het woord “Branda”. Dit zijn de dorpen die alleen in de warme maanden van het jaar bewoond werden. De brandas liggen op meer dan negenhonderd meter hoogte, waar het vee in de zomer voldoende mogelijkheid tot grazen had. De tegenligger hiervan zijn de invernieiras, die doorgaans bewoond werden van ongeveer tot oktober tot maart. Zo kreeg je een soort tweelingdorpen met zeshonderd meter ertussen.

In de dorpen werden zogenaamde cardenhas gebouwd, kleine stenen huizen waarin het vee op de begane grond leefde en de familie op de eerste verdieping. De woning boven werd verwarmd door de dieren beneden. Als je rondloopt in het gebied zie je nog altijd huizen die deze indeling hebben. In veel gevallen zijn de cardenhas echter afgebroken om de stenen te gebruiken voor modernere woningen.

Een goede plek om traditionele cardenhas te zien is de Branda de Santo Antonio de Vale de Poldros. Buiten de typische huizen is er overigens weinig meer te beleven. Het is zo goed als verlaten door de oorspronkelijke bewoners. Een paar Portugezen hebben hier nog een vakantiehuis, er is een kleine kerk van graniet en het restaurant van Fernando. Hij kookt vooral voor nieuwsgierige dagjesmensen. Toch kan je hier ook overnachten in een traditioneel huis voor wie van echte rust houdt.

Vroeger trokken hele gezinnen van branda naar invernieira en weer terug, compleet met meubilair. Tegenwoordig zijn er nog maar weinig mensen die huizen op twee plekken gebruiken. En ze gaan al helemaal niet meer slepen met hun meubels. Het is ook niet echt meer een geval van noodzaak, dus alleen de mensen die ervan houden te wisselen gedurende het jaar blijven in beweging.