“Bom dia!” Meer dan een simpele ‘goeiemorgen’ is er vaak niet nodig om te ontdekken of je door een Portugees dan wel een Braziliaan wordt begroet. Net zoals je een Vlaming meteen van een Nederlander onderscheidt, bestaat binnen het Portugees een sappige mix aan varianten die verraden uit welk stukje aardbol je komt. Breng je een Portugees, een Braziliaan en een Angolees samen in gesprek, dan krijg je dezelfde dynamiek als wanneer ik – met mijn Vlaamse tongval en woordenschat – met een groep Nederlanders op pad ben: we begrijpen elkaar (meestal) perfect, maar gniffelen in ons vuistje bij de verschillen die toch opvallender lijken dan de gelijkenissen.
Het vergeten broertje van het Spaans?
Terwijl men op vakantie in Spanje vaak verder lijkt te komen dan “gracias”, is de doorsnee toerist in Portugal al blij een “obrigado” over de lippen te krijgen… om vervolgens te beseffen – voor vrouwen althans – dat het nog verkeerd was ook (obrigadA is de vrouwelijke variant van ‘dankjewel’)!
Voor Nederlandstaligen wordt Portugees vaak gezien als het vreemde, vergeten broertje van het Spaans. Over de exacte cijfers valt te discussiëren, maar globaal wordt aangenomen dat er meer dan 265 miljoen Portugeessprekende zijn, ofwel zo’n 3,2% van de wereldbevolking. Alleen al de inwoners van de voormalige Portugese kolonies Mozambique en Angola – waar Portugees nog steeds de enige officiële taal is – overstijgen ruimschoots het aantal Nederlandssprekenden wereldwijd. Portugees staat daarmee stevig in de top tien van meest gesproken talen op aarde. En toch, lijkt er geen haan te kraaien naar die Portugese taal. Wat is er toch met dat Portugees aan de hand?

Vreemde eend in de bijt
Net als Frans, Spaans, Italiaans (en heel wat andere talen) behoort het Portugees tot de Romaanse talengroep. Dat betekent dat het afstamt van het Latijn, in tegenstelling tot de Germaanse talen – zoals het Nederlands – die hun oorsprong vinden in het Oudgermaans.
Grammaticaal gezien is Portugees een schoolvoorbeeld van een Romaanse taal en dus niet per se moeilijker dan de andere talen in het rijtje. Sterker nog, voor wie al een paar Romaanse talen kent, is Portugees vaak de makkelijkste opvolger. Voor mij persoonlijk voelde de volgorde Frans – Italiaans – Spaans – Portugees als een mooi crescendo in mijn leercurve, al werkt het ongetwijfeld even goed met een paar tussenstappen minder. Eén ding is echter wel zeker: wie Spaans kent, heeft een streepje voor. Beide talen delen immers zo’n 60% van hun woordenschat.

Wat betekent dit in de praktijk? Dat een taalgevoelige Portugees minstens de helft van een standaard Spaans gesprek kan begrijpen, zonder ooit Spaans te hebben geleerd. Draaien we de rollen om, dan wordt het een heel ander verhaal. Terwijl Portugezen vaak overmoedig beweren Spaans te kunnen na amper twee lesjes, lijken de Spanjaarden na twintig lessen nog steeds amper Portugees te kunnen – althans, wanneer we het hebben over het zogenaamde “Europees Portugees”: de variant die op het Portugese vasteland wordt gesproken.
Romaanse taal met een Russisch tintje
Dat het Europees Portugees een vreemde eend in de bijt is binnen de Romaanse talen, heeft niet zozeer met zinsbouw of woordenschat te maken, maar vooral met uitspraak. “Portugees lijkt wel Russisch,” hoor je vaak van wie de taal niet spreekt. De Portugezen zijn zich daarvan bewust en kaatsen de bal als volgt terug: “Russen spreken vloeiend Portugees waar wij niets van begrijpen.”

Hoe onterecht deze vergelijking ook moge lijken, taalkundig is ze niet volledig uit de lucht gegrepen. Het Portugees en het Russisch vertonen namelijk een aantal fonetische gelijkenissen: beide talen hebben sterke klinkerreductie tijdens het spreken, waardoor indrukwekkende medeklinkerclusters ontstaan. In gewone mensentaal: Portugezen spreken vaak binnenmonds, waardoor het lastig kan zijn ze te verstaan. Zo zal een Portugees naar zijn vaderland verwijzen met iets dat klinkt als “Prtgal”. Dat zijn ongemakkelijk veel medeklinkers na elkaar.
Daar komt bij dat het Portugees, net als het Russisch, een voorliefde heeft voor “sh”-klanken. Op het Iberisch schiereiland spreekt men dus geen Portugees, maar “português”, met een krachtige “sjjjj” aan het einde van het woord.
Deze eigenschappen maken van het Europees Portugees een taal die tongtwisters tussen je tanden tovert. Zelfs eenvoudige voornamen zoals Ulisses, klinken in de praktijk dus als (Oe)liesh(e)sh. En dan vraag je je onvermijdelijk af: waarom niet gewoon Jan?

O meu nome é João!
Jan is een naam die men in Portugal niet kan uitspreken. In eerste instantie, omdat de Portugese “j” niet klinkt zoals in het Nederlandse “jij”, maar zoals in het Franse “ik” (denk aan je suis = ik ben). Ten tweede eindigt geen enkel Portugees woord op -n. Waar is die eind -n gebleven? Om dat te verklaren, probeer ik hieronder vier jaar universitaire studies samen te vatten in vier zinnen.
Toen het klassieke Latijn langzaam overging in het zogenaamde Volkslatijn, ondergingen alle woorden veranderingen. Ieder gebied ontwikkelde hierbij eigen strategieën, wat verklaart hoe we van één taal (Latijn) naar verschillende (Romaanse) talen zijn geëvolueerd.
Het Latijnse woord manus (hand) bijvoorbeeld, is in het Spaans en Italiaans simpelweg “mano” geworden, terwijl in het Franse “main” de “n” nog wel zichtbaar is in de spelling, maar niet meer hoorbaar als aparte klank. In het Portugees ging men nóg een stap verder: in het woord “mão” is de ‘n’ zelfs compleet weg. En toch… is ze niet helemaal verdwenen!

De tilde (~) boven de klinker is niet meer en niet minder dan een miniatuur “n”; een grafisch aandenken aan de Latijnse “n” die de tand des tijds niet heeft doorstaan. Als eerbetoon aan die verdwenen “n”, wordt de klinker ervoor nasaal uitgesproken. Dat betekent dat je doet alsof je door je neus spreekt… of alsof je een kat bent. (Het woordje mão en miauw lijken sterk op elkaar!)
Op diezelfde manier kreeg de naam Jan in het Portugees een tilde en nasale klank. Het eindresultaat João toont hoe de Portugezen erin slagen om zelfs van de meest eenvoudige naam een tongtwister te maken.
De ultieme test
Zo, dan ben je nu helemaal klaar voor de ultieme Portugese uitspraaktest: otorrinolaringologista (KNO-arts, of NKO-arts voor de Vlamingen). Grapje! Zelfs voor Portugezen is dit een mondvol.
Wat je echter wél hebt geleerd, is hoe je in perfect Europees Portugees kan zeggen dat je helemaal geen Portugees spreekt. “Não falo português!” Daarna mompel je snel iets dat klinkt als “miauw, sjaal, chocola”, en zo zullen de Portugezen inzien dat het lang niet alleen de Russen zijn die vloeiend Portugees spreken waar de Portugezen zelf niks van begrijpen.
Marilyn Bultinck woont sinds 2023 in Viana do Castelo. Ze organiseert en begeleidt reizen, en werkt als gids in Portugal en Zuid-Europa. Naast haar activiteiten binnen de toeristische sector, is ze werkzaam als auteur. Meer informatie vind je op haar website en/of social media kanalen.












hífen
• abdômen
• pólen
• líquen
• sêmen
• gérmen
• hímen
• cânon
• íon
• néon
• elétron
• próton
• nêutron
• fóton
• bóson
• plâncton