Portugals bekendste Fado-zangeres, Amália Rodrigues, zong destijds: “Se o meu sangue não me engana, havemos de ir a Viana” (Als mijn bloed me niet bedriegt, moeten we naar Viana gaan). Dat vrolijke nummertje is vandaag het lijflied geworden voor alle ‘Vianezen’. Met enige bescheidenheid doch trots, durf ik mezelf als geadopteerd inwoner tot die categorie te rekenen.
Die bijzondere roep van de ziel, waar Amália – zelf niet afkomstig uit Viana do Castelo – het over had, bracht ook mij naar deze minder gekende plek in het uiterste noorden van het land. Rationeel moeilijk te verklaren, maar “het bloed dat door mijn aderen stroomt” begreep dat deze streek perfect in harmonie is met wat goed voor mij was.
De lokale bevolking definieert hun stad meestal als volgt: “We hebben hier alles: de zee, de bergen en de rivier.” Menig inwoner van Viana zal er ook hun heerlijke keuken en ongeëvenaard gevoel voor feest en dans aan toevoegen. Dat laatste is, als je ’t mij vraagt, helemaal terecht. Viana do Castelo mag dan wel lijken op een groot uitgevallen dorp waar de klok iets trager tikt dan in andere Europese steden van vergelijkbare omvang – dat is niet meer dan schijn. Het is een subtiel, onbewust trucje om massatoerisme op afstand te houden, zodat de stad haar traditionele charme behoudt. En daarin slaagt Viana bijzonder goed.
Een hart van goud
De stad weerspiegelt haar inwoners. Bij een eerste oogopslag: rustig en bescheiden. Na een tweede blik: openhartig, vriendelijk en gastvrij. Pas bij een diepere analyse verschijnt het ware, kloppende hart, vol passie en levenslust – een hart van goud.
Men had geen passender symbool voor de stad kunnen kiezen dan het bekende coração de Viana, gemaakt in verfijnde gouden filigrana. Sinds het hart door de inwoners van Viana do Castelo aan koningin Maria II werd geschonken, is het niet alleen een icoon van trots en identiteit van de stad, maar heeft het ook de Portugese juwelenindustrie blijvend beïnvloed.

Coração de Viana, hét symbool van de stad (@Ouriversaria Fernando)
Al heeft de doorsnee inwoner van Viana misschien geen groot budget voor luxe, iedere Vianese vrouw bezit wel een of andere vorm van het gouden hart om met trots te dragen tijdens een van de vele lokale feesten. Jawel, iedere reden is goed genoeg om de concertinas (trekharmonica) of bombos (grote trommels) uit de kast te halen en door de straten te flaneren en te dansen, gekleed in de prachtige traje de Viana-kostuums. Het absolute hoogtepunt van dit alles vindt jaarlijks plaats in augustus, tijdens de Festa de Nossa Senhora da Agonia, het belangrijkste en meest emblematische feest van Viana do Castelo (en Noord-Portugal).
Cultureel erfgoed: geërfd en goed verstopt
Aangezien de Noord-Portugezen – vooral in minder toeristische streken – hun cultureel patrimonium niet altijd naar waarde weten te schatten, lijkt men te vergeten dat Viana do Castelo ook synoniem staat voor cultureel erfgoed en een rijke geschiedenis. Behalve het Museu do Traje, pal op het centrale plein (Praça da República), en de Gil Eanes-museumboot die opvallend pronkt in de haven, hebben de meeste inwoners geen idee van de historische en culturele rijkdom die de stad te bieden heeft. En dat is zonde. Er is geïnvesteerd in mooie, goed onderhouden musea, met informatieve borden, waardevolle stukken en vriendelijk personeel, maar de meeste musea-medewerkers kunnen het aantal dagelijkse bezoekers op twee handen tellen.
Het Casa dos nichos archeologisch museum bijvoorbeeld ligt op slechts dertig meter van de hoofdstraat, gratis toegankelijk, met goede informatieborden en een interessante collectie op de eerste verdieping. Ik bevroeg tien lokale vrienden; negen wisten niet dat het bestond, de tiende wist min of meer waar het lag, maar was er nog nooit binnen geweest.
Het prachtige heiligdom van Santa Luzia, dat vanaf de heuvel in grootsheid waakt over de stad, is moeilijk te missen. Zowel het uitzicht – ooit door National Geographic als het derde mooiste ter wereld uitgeroepen – als het architecturale bouwwerk zelf, zijn zeker een bezoek waard.

Maar wie na de klim naar boven (te voet voor de sportievelingen; per elevador (lift) voor wie houdt van een beetje avontuur) ook de Citânia wil meepikken, haalt het meestal niet tot de eindbestemming. Dat heeft niet zozeer te maken met de extra beklimming naar boven, dan wel met het feit dat de exacte locatie het best bewaarde geheim van de stad lijkt. En dat is opmerkelijk, wanneer je bedenkt dat het een van de grootste en belangrijkste archeologische Keltische sites van het hele Iberisch schiereiland betreft. Ook mij kostte het meerdere verwoede pogingen om de site te vinden. Toen ik – nieuwsgierig en volhardend zoals het een goede gids betaamt – niet opgaf tot ik uiteindelijk de ingang ontdekte, straalden de ogen van de receptionist. “Een lokale gids! Wat zou dat een meerwaarde zijn voor deze site!” Absoluut, want de lokale gidsen in Viana zijn even goed verstopt als de musea en monumenten zelf.
Viana do Castelo bruist van verhalen over oude Kelten en Romeinen, dappere ontdekkingsreizigers en moedige kabeljauwvissers, verlaten kloosters en kostbare azulejos. Stuk voor stuk parels binnen de Portugese geschiedenis en cultuur. Maar daar lijkt nauwelijks iemand wat over te weten. Behalve misschien… de sporadische pelgrim die wat langer dan gepland dwaalt door de stad om op kracht te komen alvorens de tocht naar Compostela verder te zetten. En dan wordt Viana gevaarlijk! En dat weet ze maar al te goed. “Quem gosta vem, quem ama fica.” (Wie de stad leuk vindt, komt. Wie ervan houdt, blijft), grijnst ze in haar motto. Dus, beste lezer, wees gewaarschuwd, want voor je het weet, blijf je langer dan gepland.
E eu, querida Viana, vim para ficar. (En ik, lieve Viana, ben gekomen om te blijven.)
Marilyn Bultinck woont sinds 2023 in Viana do Castelo. Ze organiseert en begeleidt reizen, en werkt als gids in Portugal en Zuid-Europa. Naast haar activiteiten binnen de toeristische sector, is ze werkzaam als auteur. Meer informatie vind je op haar website en/of social media kanalen.











