Ik vond een klein tafeltje op het terras. Vanachter de menukaart gluurde ik stiekem naar Martim. Er liep nog een vrouwelijke serveerster waarmee ik elk oogcontact vermeed. Ik wilde namelijk graag door Martim geholpen worden. Maar hij was druk. Hij liep haast acrobatisch met volle dienbladen heen en weer. Ik wachtte geduldig op het moment dat hij vrij was zodat ik mijn bestelling aan hem kon doorgeven. Dat gebeurde na een minuut of vijf.
We keken elkaar recht in de ogen aan. Ik zag aan hem dat hij een moment twijfelde. Hij fronste zijn wenkbrauwen en het leek alsof hij een paar seconden bevroor. Hij stapte op me af en stak zijn hand uit. ‘Olá…que coincidência’ , zei hij. Ik dacht hij moest eens weten hoe niét toevallig dit was. Heel veel tijd om te kletsen had hij niet. Het terras zat redelijk vol dus hij moest aan het werk. Hij nam mijn bestelling op en die bracht hij me binnen een paar minuten. We spraken af elkaar na zijn shift bij te praten. Hij moest werken tot 22.00 uur.
Dus ik moest me nog een paar uurtjes vermaken in Armação de Pêra. Na twee biertjes en een prato do dia besloot ik een wandeling te maken aan het strand. Ik had met Martim afgesproken hem om 22.30 uur op te halen en samen nog een afzakkertje te nemen. Ondertussen dacht ik aan het verhaal van Guilherme. Zou het verdorie zo kunnen zijn dat ik hier een connectie tussen hen twee zou hebben of leefde dat verhaal enkel in mijn fantasie? Even sidderde ik.
In theorie zou het kunnen. Méér dan 20 jaar geleden was het ongeluk op het spoor in Olhão. De overleden moeder en de geredde baby. En dan Martim die had verteld over zijn jeugd zonder moeder. Hij was nu een twintiger. Ik probeerde de feiten te ontrafelen en tegelijkertijd mijn fantasie te beteugelen. Voor de vragen die dat bij me opriep moest ik nog een poosje geduld hebben. In de hoop dat Martim zich nog iets kon herinneren uit zijn vroege jeugd slenterde ik wat door de steeds legere straatjes van Armação de Pêra. Om 22.30 uur zou ik hem weer zien.
Ron (60) zwierf wekenlang door zuid-oost Portugal en verbleef op een basic backpackers kamp in de buurt van Quelfes-Moncarapacho. Daar nam hij de tijd en rust om zijn eerste boek te schrijven dat afgelopen jaar is verschenen. Een autobiografisch reisverhaal verweven met de zwerftocht door het zuiden. Lees hier maandelijks mee.











