De volgende ochtend vertrok ik om 8 uur naar het station van Faro. Daar zou ik de bus nemen naar Olhão. In de stad zou ik eerst wat boodschappen doen en vervolgens vertrekken naar camp Samedi dat ongeveer 10 kilometer verderop lag. Immers Samedi lag afgelegen en winkels waren er niet. Ik verlangde naar de rust. Tijdens het boodschappen doen beleefde ik de hectiek van mijn Nederlandse leven. In de supermarkt Continente was het een gekrioel van mensen. Ik kocht waarvan ik dacht dat ik het nodig zou hebben en vertrok snel.
Ik slenterde wat door Olhão en ontdekte dat deze stad volledig anders was dan het toeristische Faro. Er heerste meer gelaten rust. Het was een perfecte transitie van gehaast en gejakker die omgezet werd naar bedaardheid en vredigheid. Dat was het doel van mijn reis. Met het mysterie van Martim’s verhaal nog sluimerend in mijn achterhoofd stond ik nu te wachten op de bus naar Moncarapacho. Alhoewel het nog een half uurtje duurde voordat de bus zou voorrijden amuseerde ik me prima bij de bushalte. Ik had even de tijd om het dagelijks Portugese leven aan me voorbij zien trekken. De temperatuur had inmiddels het kookpunt overschreden en ik graaide in mijn boodschappentas waarin zich flesjes water bevonden. Om niet volledig in te kakken slenterde ik wat op en neer bij de bushalte.
Toen stopte er plotseling een auto. Een overjarige Peugeot 504 met daarin een evenzo overig tandeloos mannetje van een jaar of 70. Hij toeterde en met zijn linkerarm uit het portierraampje wenkte hij me. Ik liep naar hem toe en hij begon meteen in het Portugees tegen me te vertellen. Ik corrigeerde hem en zei dat ik Nederlander was en de Portugese taal nog niet helemaal beheerste. Hij was even stil en dacht na. Toen zei hij in gebrekkig Engels ‘Where you go?’.
Ik vertelde hem dat ik ergens tussen Quelfes en Moncarapacho moest zijn. Zonder maar even na te denken zei deze man ‘You can have me, i go there’. Deze illegale taxichauffeur had blijkbaar geld nodig want hij zei dat hij me voor 5 euro af zou zetten op de plek waar ik moest zijn. Ik ging akkoord en ik stapte in bij een wildvreemde man. Zijn voorkomen wekte vertrouwen. Nadat we op weg waren gegaan babbelden we wat in gebrekkig Engels. Zijn naam was Guilherme en handelde in tweedehands goed. Zijn auto was een puinhoop. Het rook naar nicotine en natte hond.
Op de achterbank lag een berg rotzooi. Ik ontdekte tussen die rotzooi ook 1 damesschoen. De andere schoen kon ik niet zien. Waar ik nu weer in terecht was gekomen…?
Ron (60) zwierf wekenlang door zuid-oost Portugal en verbleef op een basic backpackers kamp in de buurt van Quelfes-Moncarapacho. Daar nam hij de tijd en rust om zijn eerste boek te schrijven dat afgelopen jaar is verschenen. Een autobiografisch reisverhaal verweven met de zwerftocht door het zuiden. Lees hier maandelijks mee.












Zaaalig en zo herkenbaar. Waar vind ik het vorige en volgende deel van dit verhaal?
De vorige delen vind je hier! De volgende komen onder hetzelfde kopje te staan, één per maand.