Als een vage versie van Erik uit Het Klein Insectenboek van Godfried Bomans stap ik niet op een nacht het schilderij “Wollewei” binnen, maar slenter ik daarentegen al dagen door de tastbaar geworden schilderijen van Marijke Prins. Wat is het ook dit jaar weer een oogverblindende kleurenpracht met al die schitterende bloemen op de uitgestrekt glooiende velden.
Het vochtige voorjaar en de verse schapenmest van João´s schapen die hier eerder dit jaar en eind vorig jaar over ons terrein graasden hebben hun best gedaan weer een kleurrijke lente orkestratie te maken. Ik houd ervan om de verschillen door het jaar heen te zien. De prachtige diversiteit aan kleuren en bloemen van dit moment die eind mei, begin juni langzaam zullen veranderen in zachte tonen van strogeel, beige en lichtbruin afgewisseld met de zilvergrijze groentinten van olijvenbomen en het donkerder groen van de steen- en kurkeik.

Er ligt een lammetje in een wasteil in onze kelder. Het heeft zijn jasje uit. Ik weet niet goed wat ik er mee aan moet. Als een stadse op “de campo”.
Vanmiddag reden we met de “jeep” naar beneden en knalde bijna tegen het wagentje van João aan die onhandig schuin tegen het muurtje van onze toegangspoort geparkeerd stond. Iets verderop zag ik hem samen met zijn vrouw Maria-João en hun 6-jarig zoontje (João-João?), achter een schaap-met-pasgeboren-lammetje aan lopen. Ze waren aan het verweiden en wenkten ons. Ik stuurde tegengesteld aan de richting die we op wilden en draaide mijn raampje open.
João vertelde, breed lachend en gebarend, dat hij wat lammeren geslacht had of ging slachten, dat was me niet helemaal duidelijk. “Ook voor jullie”. Wanneer kan hij het komen brengen. “We zijn onderweg naar de “vrimibo”, waarschijnlijk zijn we over twee uur weer thuis”. “Ik bel je”, na drie uur ging de telefoon. Ik begrijp hem beter in 3d en wild gebarend dan slechts op toon uit een speakertje in het Alentejaans maar hij komt eraan.
Iets later hoor ik een oud schonkig karretje naar boven komen en van achter het stuur kijkt Maria-João lachend hoe ik door João naar de opengeklapte kofferbak wordt gedirigeerd met de vraag of ik een “alguidar” mee kan nemen. Mijn hoofd brekend over dit woord kijk ik achter in de auto en zie twee ontklede lammeren liggen. Een grote en een kleinere. Trots wijst hij de grote aan en zegt: “Para você”. “Enteiro” stamel ik ongelovig, denkend dat ik een gedeelte zou krijgen. “Ja, ja, als dank voor het hoeden van mijn schapen op jouw land”.

Het lam ligt nu lam in een oranje plastic wasteil in onze kelder. Koel, naakt en in een akelige kronkel. Een lichte paniek borrelt op als ik bedenk dat het beestje voor niets geofferd is omdat ik niet weet wat er mee te doen of hoe uit te benen. Dat zou doodzonde zijn. Margriet oppert “bel Alexandro”, een Portugese vriend en zelf schaapsherder. Hij ligt dubbel van de lach als hij mijn paniekerige verhaal over het HELE lam hoort en zegt dat ik de volgende ochtend maar bij hem langs moet komen, met het ontkleedde lam. De hele nacht spookt het beestje door mijn hoofd en mijn dromen. Hoe hem te snijden, wat te doen met kop (zijn ogen kijken me doorbloed en vreselijk verwijtend aan), nek, het hart, de nieren, de lever? Het hangt allemaal nog in het verder lege karkas. Gelukkig zijn de bédum-klieren al vakkundig uit zijn achterpoten gesneden door João. Alexandro wist wel raad met de kop, de nek de niertjes, de lever…. Zijn vrienden maken er heerlijke “petiscos” van, hijzelf krijgt van mij een achterpoot.
Vaag kan ik me herinneren dat mijn opa kalfshersentjes lekker vond en héél vroeger maakte mijn moeder wel eens niertjes klaar op zaterdagochtend. Toen, zo´n 380duizend jaar geleden, vond ik dat heerlijk maar nu draait mijn maag om bij de gedachte. De overige uitgebeende stukken neem ik weer mee terug in de teil. O mijn god, wat te doen als ik aangehouden word?
Thuis gaat Lammi snel de diepvries in, een voorpoot houd ik achter om vanavond klaar te maken in de oven. Langzaam garen op 120 graden, olijfolie, knoflook en rozemarijn, mais nada. En een mooi glas Alentejaanse Touriga National. Ik toost en in gedachte zie ik het beestje bij ons, tussen de kleurige kruiden over het terrein huppelen in een mooi leven. Een tikkie kort, dat dan weer wel.

Margriet en ik (Wiro) zijn sinds 2006 eigenaar van een uniek stuk Alentejo: o-vale-da-mudança. We wonen er vanaf 2008. Vind je het leuk om ons spoor te volgen of meer te weten over de vakantiehuizen, dan kun je de verhalen lezen die we publiceren op onze blog “Limonada”. Daarnaast is er de maandelijks terugkerende blogserie “kronkelpad” op Saudades de Portugal, iedere vierde donderdag van de maand. Ik vind het erg leuk als je hieronder een reactie plaatst.











