O Emigrante…

Vorige keer kon je lezen over de avonturen van vakanties in Portugal, nu een vervolg maar dan een beetje anders. Ik hoop niemand te beledigen met mijn volgende verhaal, dit alvast gezegd hebbende. Ik ga een beetje generaliseren, maar het betreft niet iedereen dat moge duidelijk zijn. En iedereen kan hier een eigen ervaring of observatie over hebben, dat mag! Hieronder volgt die van mij.

Er is een fenomeen, althans in mijn jonge jaren dat ik naar Portugal reisde, maar ook tijdens de vakantieperiode in Portugal dat ik observeerde en getuige van was. Wat misschien niet al te bekend is, er is een bepaalde ‘rivaliteit’ tussen de  ’emigrantes’ (emigranten) uit de verschillende emigratielanden, met name Frankrijk, Zwitserland, Luxemburg, Belgie, Duitsland en Nederland. Niet alleen in de bouwstijlen en de omvang van de huizen maar ook de auto’s, de opzichtige manier van leven, met geld smijten. Men kon aan de manier van voorkomen zien of je te maken had met een emigrante uit Frankrijk of uit Duitsland enz.

Ook tijdens de autoreizen naar Portugal, kon je aan de rijstijl zien (plus het kenteken bevestigde dat) wie waar vandaan kwam. Ook was er rivaliteit op de snelwegen, de Franse emigranten vonden zich de koning van de weg, alsof zij meer recht op Portugal hadden om de reis te maken en op vakantie te gaan dan de andere emigrantes uit andere landen. De Zwitserse emigrantes waren ook goed in het rijkelijk laten hangen, kochten veel merkkleding, kleding die de gewone man in Portugal zelf niet kon kopen. Dus onderling tussen de verschillende emigrantes was er verschil in attitude/levensstijl enz…

En dan had je de juli en de topper augustus maanden. Deze laatste is de maand waar alle Fransen vakantie hebben, dus de Franse emigrantes overspoelen dan Portugal, van noord tot zuid/Algarve. In deze maanden speelde de Portugese retail en horeca er goed op in, speciale emigrante-feesten werden er gehouden om ze zo te verleiden tot het achterlaten van veel geld (consumentisme), wat de kassa goed deed rinkelen. Ook de staatskas, want hoe meer de emigrantes bouwden of ondernemingen startten hoe meer belastinggeld er in de kas ging.

Er werd ingespeeld op de sentiment van de emigrante, namelijk heimwee!!!!!! Het woord Saudade. Que saudade eu tenho da minha casinha na aldeia/ wat een heimwee naar mijn dorp dat ik achtergelaten heb. Meestal bleven dan de ouders van de eerste generatie emigrantes achter, dus werden er schlagers gezonden als ‘mijn geliefde moeder, ooit kom ik weer terug’/ik mis mijn familie enz. De cd’s waren niet aan te slepen en vele traantjes gelaten.

De tweede generatie, ik dus, zat er tussen in. Ik kende geen logeerpartijtjes bij oma/tante’s enz, want die woonden in Portugal. Ja, dat heb ik wel gemist. En wat ook een rol speelde was dat als wij op vakantie gingen, in juli of augustus (schoolvakanties), de mensen in Portugal aan het werk waren. Die hadden of al eerder vakantie gehad of later, als wij weer weg waren. Dus bezoeken afleggen was vaak eten, lange almoco’s (lunches) en dan snel door naar andere familie die ons opwachtte voor de jantar (diner). Dit waren eetvakanties. En je had niet echt rust. Of de één wilde dat je een paar dagen bleef, de andere wilde dat ook, dus eigenlijk hadden we niet echt een eigen vakantie.

Later hebben wij dat veranderd en 1 of 2 weken reserveerden wij voor alle familiebezoeken en de rest van de vakantie was voor ons gezin aan het strand, vaak in de Algarve. Het was een gedoe, je haalde geen kleding uit de koffers, uitpakken had geen zin want je moest weer door. En het kwam voor dat je dan of het een of het andere kwijt was, of bij een van de bezoeken had laten liggen.

De Franse emigrantes dat waren de meer in het zicht trekkende mensen, luidruchtig en opvallend. De Duitse emigrantes waren meer ‘hippie-achtig’, de Zwitserse hebben veel weg van de Franse, maar dan net een beetje anders. De Nederlanders waren de nuchtere, meer op zichzelf types. De Belgen/Vlamingen waren Nederlands georiënteerd, de Walloniers meer Frans. Tegenwoordig zijn veel Portugezen naar Spanje verhuisd. Dit is even een grove schematische verdeling.

De uitstroom van Portugese emigratie ging in de eerste golf naar Frankrijk, met name Parijs. Parijs wordt ook gezien als de tweede hoofdstad van Portugal omdat er veel Portugezen wonen. Het begon met de eerste generatie in de jaren ’50-’60 en bleef heel lang populair. Veel mensen uit het Noorden van Portugal verruilden Portugal voor Frankrijk. De keuze voor Frankrijk kwam door de taal, die voor de Portugees makkerlijker te leren was. Frans valt onder het rijtje Romaanse/Romeinse talen…. Nederlands, Engels en Duits vallen onder de Germaanse talen. Plus in Portugal werd al Frans op school gegeven i.p.v. Engels. De nieuwe generatie krijgt tegenwoordig meer Engels op school.

Je kan dus zeggen dat de Franse emigranten de oudere ‘uit-tochters’ waren. Zwitersland en Luxemburg waren ook geliefd doordat het Frans sprekende landen waren plus die hadden een hoge levensstandaard, je verdiende erg goed en je hield er meer geld over in vergelijking met de lage lonen, werkomstandigheden en levensstandaard in Portugal destijds… Voor de spaargedachte die de meeste emigranten hadden zeer welkom. Men emigreerde met de gedachte om snel geld te verdienen, te sparen, een huis in Portugal bouwen, voor als je op vakantie ging had je een woonadres, maar het was ook wat status om een huis in Portugal te bouwen. En dan kreeg je de verschillen in de huizenbouwstijl, de mensen uit Frankrijk bouwden meer in Franse stijl, de Zwitserse in bergstijl enz. Maar hier was ook een beetje het aftroeven van elkaars bouwwerken, de een nog groter en hoger, meer kamers dan de andere. En dan later met het gezin weer terugkeren dat was het plan.

Alleen ze vergaten één ding, dat de kinderen die mee waren gegaan of in het emigratieland waren geboren, op school gingen, ouder werden en hun eigen wereldje kregen en niet meer zaten te wachten om naar Portugal terug te keren.

O Emigrante...

Dit heeft bij de eerste en tweede generatie nogal voor wat ruzies en onenigheid gezorgd. Er waren er die toch doorzetten en met het gezin hun droom achterna gingen: terugkeren naar Portugal. Alleen bij terugkeer kregen ze een shock want het beeld dat ze hadden meegenomen toen ze uit Portugal vertrokken was niet meer hetzelfde beeld naar waar ze terugkeerden. Ondertussen was de Portugese maatschappij ook aardig aan het veranderen en die veranderingen hadden velen niet meegemaakt. Dingen waren nu ook anders dan ze achtergelaten hadden. Sommigen konden die aanpassing niet aan en kwamen ontgoocheld weer terug! Ondertussen hadden hun kinderen achterstand opgelopen op de Nederlandse school, door de onderbreking. Dit thema speelde bij de emigranten in het algemeen ongeacht naar welk land men verhuisd was.

Snel geld verdienen, dat lukte prima met ‘mindere banen’ ook hier was een soort van hiërarchie en aftroeven, het werk dat men deed. Men was vaak ongeschoold of laag geschoold en ging vaak de schoonmaakbranche in, wat al heel goed betaalde in vergelijking met Portugal. Sparen, huis in Portugal bouwen, vette auto scoren om te showen tijdens de vakanties, de stoere bink uithangen die het breed liet hangen tijdens de vakanties, rijkelijk drinken en eten en vette fooien geven (laten zien dat ze het goed hadden in hun emigratieland).

Dat leverde veel jaloezie op bij de lokale Portugese bevolking die zich dat allemaal niet kon permitteren. Zelfs familieleden die ruzies kregen. En als het niet goed ging in de Portugese maatschappij, dan kwam dat door de ‘emigrantes‘ die kregen de schuld. Ook werden ze door de staat en het bankwezen in de watten gelegd, geen onroerend goed betalen voor hun kasten van huizen, betere rentes als je emigrante was enz. Dat zette nogal wat kwaad bloed, beetje logisch moet ik zeggen.

Inmiddels is de eerste generatie die toch vaak op hun pensioengerechtigde leeftijd naar Portugal terugkeerde om daar hun oude dag door te brengen, er niet meer. Zij konden een mooie ‘oude dag’ hebben omdat de valuta van hun emigratieland veel meer geld opleverde en zo fijner in Portugal op oude dag geleefd kon worden. Ook dit viel niet prettig in de maag van de locale Portugees, want die had een pensioentje van nog geen 100 euro (bijvoorbeeld mijn oma destijds). De tweede generatie, waar ik onder val, ik heb hier in Nederland mijn leven opgebouwd. Er is wel een periode geweest dat we even overwogen om terug te keren, maar dat ging niet door want ook mijn kinderen werden groter en ik wilde ze niet aandoen wat de eerste generatie vele van mijn Portugese vrienden had aangedaan: hen naar Portugal mee verhuizen en vaak na verloop van tijd weer terug en toen kregen die kinderen hier weer aanpassingsproblemen op school. Dus dat werd hem niet. Maar nu moet ik zeggen dat ook ik Portugal wat romantiseerde. Zeker het leven in een mediterraan land is heerlijk, buitenleven, veel sociale contacten, relaxter (zeker vroeger, nu wat meer stress), mooi weer, naar het strand, lekkere bica en voor wie houdt: Bagaço (spreek uit: bagasso/ soort jenever).

Het werkklimaat was heel anders dan hier, heel hiërarchisch. Daar heeft een directeur een status van jewelste, een arts en advocaat net zo. Hier spreken wij onze leidinggevenden aan bij naam, in Portugal not done! Het is meneer/mevrouw de Titel dan de naam. Titels worden erg gewaardeerd. Dus om in dienst te gaan van een bedrijf was ook een grote uitdaging. Of je moest een eigen zaak beginnen maar dan had je echt te maken met de ‘op de pof kopen mentaliteit’, velen hebben dit meegemaakt waardoor ze toch weer naar Nederland terugkeerden.

Portugal is en blijft een mooi land, lekker klimaat, vriendelijke mensen, lekker eten, alles klopt. Het is niet voor niets dat Portugal zo populair is om je oude dag daar door te brengen (wel wat geld in het laatje hebben is een plus, dan leef je als een koning in Portugal), de happy pensionado in Portugal.

Maar ook om er te vertoeven, op vakantie te gaan, korte tripjes lange trippen, er is altijd wel een reden om naar Portugal te vliegen, reizen, verkassen, genieten en te leven, wie weet ontmoeten wij elkaar daar?

Ate a proxima…….tot de volgende keer

x.Edite


De in Portugal geboren Edite dos Santos, woont sinds haar derde jaar in Nederland. Ze werkt hier als voetreflexologe en natuurgeneeskundige. Ze gelooft in een holistische aanpak van klachten en in evenwicht tussen body, mind and soul. Verhalen vertellen en verhalen schrijven doet ze graag. Haar motto is: mooie woorden zijn er om gedeeld te worden.