Op pad in Piódão

Het is nog ochtend, maar het schermpje op het dashboard van de auto laat al dertig graden zien wanneer we onze bestemming bereiken. “Is dit het goede moment denk je om door een bergdorp te wandelen?”, vraag ik mijn medereiziger. “Je houdt toch van hitte?”, luidt het antwoord. Ja, dat is waar, denk ik, terwijl ik nog eens onze watervoorraden controleer. Nadat we de zoveelste bocht om de berg maken ligt het daar ineens: Piódão. En ik vergeet mijn zorgen om de warmte, want het ziet er nu al prachtig uit.

In de bergen van de Serra do Açor, niet ver van Coimbra, ligt het dorp Piódão. Eén van de mooiste dorpen van Portugal heb ik al eens beweerd op deze site. Het maakt deel uit van het netwerk van historische dorpen, de “Aldeias históricas de Portugal“. In dit dorp wonen rond de tweehonderd mensen in huizen met twee verdiepingen, gemaakt van het donkergekleurde leisteen dat zo typerend is voor deze regio. De deuren zijn in een fel blauw geschilderd, evenals de raamkozijnen.

Het is niet zozeer dat dit historische dorp bekend is om de grote verhalen uit de geschiedenis. Men zegt weliswaar dat de moordenaar van Inês de Castro hier naar toe zou zijn gevlucht, omdat het onherbergzame gebied geschikt zou zijn om je te verstoppen, maar bewijzen hiervoor zijn er niet. Het dorp is vooral bekend vanwege de schoonheid en de prachtige ligging. ’s Avonds als het donker is en de lichtjes gaan aan achter de ramen is het net een kerststal.

We parkeren de auto op de parkeerplaats voor de kerk. De zeer opvallende kerk, want tussen al die donkere huisjes is dit een felwit en groot gebouw. De blauwe accenten zijn hetzelfde, maar verder valt de kerk op alle manieren uit de toon. Op een positieve manier. Deze Igreja Matriz stamt uit de tweede helft van de achttiende eeuw en heeft sindsdien verschillende restauraties en uitbreidingen gekend. In de negentiende eeuw werd de bijzondere façade met de vier torens toegevoegd. Binnen valt het altaar op in wit en goud, met de beelden van de beschermheilige van het dorp Nossa Senhora da Conceição en daarnaast São Miguel en São Sebastião.

piodao

Na een snel bezoek aan de kerk bestudeer ik de borden op de parkeerplaats die de wandelingen vanuit Piodão beschrijven. Optie één is een wandeling van in totaal tien kilometer waarbij je van Piodão naar het nabijgelegen Chãs de Égua en Foz de Égua wandelt. Een wandeling die je tussen de vierenhalf en vijf uur zal kosten en waar je van 470 meter hoogte naar 751 meter hoogte loopt en weer terug. Optie twee is iets korter met 8,7 kilometer, die je in minder dan vier uur kunt doen. Hierbij moet je echter veel meer klimmen (tot boven de 1000 meter), dus de moeilijkheidsgraad ligt hoger.

Deze wandelingen zijn voor ons vandaag te hoog gegrepen. Gelukkig komen we verderop ook andere bordjes tegen die de weg wijzen naar alternatieve en kortere routes. We kiezen een wandeling en gaan op pad. Boven onze hoofden schieten de zwaluwen door de lucht. In de tuinen van de huizen wapperen plastic zakken aan de waslijnen om deze zwaluwen uit de buurt te houden van de schone was. Hier en daar ligt een hond uitgeteld voor een deur, maar mensen, op drie bouwvakkers na, komen we nauwelijks tegen. De stoepen en huizen, alles is van leisteen. Saai is het echter allerminst door het felle flauw van de kozijnen en de roze bloemen naast de deuren.

Door het dorp stroomt een beek tussen de huizen door naar beneden. Verderop, verscholen in een uitgehakte nis is een fontein te vinden met verkoelend water, aangekleed met groene varens en een Mariabeeld. Het uitzicht op het omliggende berglandschap is adembenemend. Piódão ligt gebouwd tegen een bergwand en het land eromheen is bewerkt tot getrapte plateaus waarop landbouw wordt bedreven. De bomen en planten hebben tientallen kleuren groen die afsteken tegen de blauwe lucht. Als je ergens tot rust komt is het wel hier, waar je niets anders hoort dan zwaluwen en stromend water en de warmte je dwingt het lekker rustig aan te doen.

couvert

Na een heerlijke wandeling in en rond Piódão keren we terug naar het centrum. We zijn dorstig én hongerig en zoeken tussen de paar mogelijkheden die het dorp biedt naar een restauarant. We kiezen “O Solar dos Pachedos” op het plein bij de kerk. Na heerlijke kaas en olijven vooraf eten we op het terras verrukkelijke broodjes prego, bifana en schapenkaas onder het toeziend oog van een dapper en volhardend musje. Naast ons worstelt een toerist met een chouriço assado (gerookte worst), die veel te groot is voor zijn eetlust.

Ik realiseer me dat ik weer eens te weinig tijd heb ingepland. Onze volgende overnachting ligt nog een flink stuk rijden vanaf hier, want hoeveel tijd heb je nou nodig voor een bergdorp? Maar nu ik er ben wou ik dat ik hier kon blijven slapen. En dan morgen verder wandelen naar het volgende dorp. En vanaf daar verder wandelen naar de volgende. Ik noteer het maar weer in de lijst van alles wat nog beter ontdekt moet worden. Want die lijst is nog niet lang genoeg…