Fado Holandês

In januari ben ik deze serie begonnen met “Fado Português”. Die titel verwees naar het onderwerp van de reeks, de Portugese Fado, maar het is ook een bestaande Fado. En in de maanden daarna heb ik steeds weer een bestaand en min of meer toepasselijk nummer als titel gebruikt. Tot nu toe… Aan het eind van het jaar is Fado Holandês een mooie tegenhanger van de Fado Português aan het begin, maar er bestaat voor zover ik weet geen lied dat zo heet. En eigenlijk dekt het de lading ook niet, want deze aflevering gaat niet over de Nederlandse Fado. Het gaat nog steeds over de Portugese Fado, maar dan in Nederland.

Dat er in Nederland een redelijk bloeiende fadocultuur bestaat is te danken enerzijds aan de Nederlanders die, zoals ik, de Fado ontdekten tijdens een bezoek aan Portugal, en anderzijds aan de Portugezen die bereid zijn hun muziek hier ten gehore te brengen. Er wonen best veel Portugezen in Nederland, sommigen van hen zijn muzikant, en één daarvan is een echte fadista: Maria de Fátima. In Lissabon was ze vanaf haar twaalfde al een ster, winnares van de Grande Noite de Fado, en werd geleefd door haar muzikale carrière. Totdat ze vanaf haar 21ste een nieuwe start maakte, met Amsterdam als uitvalsbasis.

Mónica Triga was ook een Portugese fadista in Nederland. Misschien moet ik Daisy Correia ook hier noemen, ook al is ze maar half Portugees, en in Nederland geboren en getogen. Allebei helaas niet meer actief. En er zijn meer Portugese muzikanten die in Nederland wonen en werken, en ook wanneer de Fado niet hun genre is blijkt toch vaak dat er een vleug (of meer) in hun werk terug te vinden is. Ik denk dan bijvoorbeeld aan Fernando Lameirinhas, of Emanuel Pessanha. En natuurlijk Magda Mendes. In haar concerten komt haar eigen werk op de eerste plaats: wel Portugees maar geen Fado, en ook dat vindt waardering in Nederland, getuige de Gouden Notenkraker die ze in 2018 won. Maar vooral: ze leert en stimuleert mensen die het leuk vinden (Fado) te zingen. Hier zingt ze trouwens wel een fado, ééntje die we al eerder tegenkwamen, maar met een ongebruikelijke begeleiding.

En dan zijn er de Portugezen die niet in Nederland wonen, maar hier wel komen optreden. Grote sterren zoals Camané en Mariza in de Doelen of in het Concertgebouw, wat minder bekende namen in kleinere theaters – bij mij in de buurt bijvoorbeeld Korzo of Op Hodenpijl. En zo kun je dus in Lissabon met een fadista aan de praat raken, en dan herinneringen aan haar Nederlandse tournee te horen krijgen (is ons twee keer overkomen – in beide gevallen positieve herinneringen)

En Cristina Branco. Geen enkele Portugese fadista heeft zo vaak in Nederland op een podium (groot of klein) gestaan als zij. Of zoveel betekent voor de populariteit van de Fado hier. Ze was al wereldberoemd in Nederland – of in ieder geval in Amsterdam en omstreken – toen haar carrière in haar thuisland nog op gang moest komen. Haar eerste CD was een liveoptreden in Amsterdam!

De wet van vraag en aanbod: al die concerten zouden hier niet gegeven worden als er niet ook genoeg mensen waren die ernaar kwamen luisteren. Er wonen best veel Portugezen in Nederland, en veel daarvan zijn geen muzikant, maar ze komen wel naar die concerten. Toch zijn ze nog een minderheid. De meeste bezoekers zijn Nederlanders die ook van Fado houden.

Waarom de Fado juist bij Nederlanders populair is? Zijn we echt bijzonder in dat opzicht? Japanners houden ook enorm veel van Fado. En degene die mij deze vraag stelde is zelf een Zweed, die zelfs in Lissabon is gaan wonen uit liefde voor de Fado!

Maar dát Nederlanders van Fado houden is een feit, en het is ook niet nieuw. Een eeuw geleden al ontdekte ‘onze’ Slauerhoff Lissabon en de Fado, en verwerkte die ervaring in zijn gedichten. En de roem van Cristina Branco, juist in Nederland, is mede aan hem te danken: een paar jaar na die eerste live-CD maakte ze er één met Fado-vertalingen van zijn gedichten. Het lied hierboven is daar één van. De combinatie Branco/Slauerhoff heeft vervolgens sterk bijgedragen aan de populariteit van de Fado in Nederland. Maar het gaat verder terug: in een eerder artikel heb ik ook al verteld hoe Amália de Fado verspreidde in de hele wereld. Ook in Nederland. Eddy Christiani zong al in de jaren vijftig April in Portugal, een vertaling van Amália’s Coimbra. En dit hebben we ook aan Amália te danken.

Voor Eddy Christiani en Lenny Kuhr was/is de Fado nog een uitstapje, maar inmiddels zijn er ook echte Nederlandse fadistas, al is het op bescheiden schaal. De bijzonderste daarvan is wat mij betreft Hendriktje Ruiter, omdat zij niet in Nederland voor een Nederlands publiek bleef zingen, maar een fadista ging worden zoals het hoort, in Lissabon, van onderaf, in de simpelste tasca’s, tussen de Portugezen.

En zo maakt zij de cirkel rond…

Dit moet me nog wel van het hart: de bloei van de Fado in Nederland die ik hier beschrijf is eigenlijk een fantoom. Overal waar ik “is” schrijf zou het eigenlijk “was” moeten zijn, want de pandemie heeft veel kapot gemaakt, en ook al is die nu goeddeels voorbij, het herstel is, met name in de culturele sector, moeizaam en tijdrovend. Maar we mogen hopen, want de liefde, ook de liefde voor de Fado, overwint alles.

Tenslotte, om de titel van dit stuk nog een beetje te rechtvaardigen, toch nog een soort Fado Holandês. Wel een Portugese fado (herken je hem?) maar in het Nederlands gezongen.


Geerten was al bijna 40 toen hij voor het eerst in Portugal kwam. Ondanks deze late start ontwikkelde zich bij hem toch een ernstige vorm van lusomanie. Tegenwoordig (tijdens de pandemie even wat minder, natuurlijk) komt hij er meerdere keren per jaar, meestal in Lissabon, “para comer peixe e ouvir o Fado…